Artificial
Susanne Piët

Op een regenachtige middag legde kunstenaar/ontwerper Job Smeets een voorwerp dat leek op een gehaakte pannenonderzetter op tafel. Hij keek me vragend aan, ook zijn partner Nynke Tynagel was kennelijk benieuwd naar mijn reactie. Ik wist niet wat ik moest zeggen: een matje, gebroken wit, gemaakt van, ja wat? Porselein, schakels? Een herleving van de sixties? Ik probeerde mijn antwoord uit te stellen. Zij onthulden mij dat een computerprinter dit voorwerp had uitgebraakt. Het ding kon 3-dimensionaal printen, een doorbraak! En we fantaseerden over wat mogelijk zou zijn en wat niet….gebreide meubels?

Het was ongeveer een half jaar voor de publicatie van een artikel in de International Herald Tribune, dat als titel droeg: A new shape emerges to mark the digital age. “Als je me zou vragen om een voorwerp te beschrijven dat voor mij de definitie van design weergeeft dan koos ik de OMI.mgx light ontworpen door Assa Ashuach, gemaakt uit een enkel stukje plastic. Het (krukje, S.P.) lijkt een beetje op een buitenaards insect”. En de schrijver begint de doorbraak te vergelijken met wat Wassily, Eames, Panton en Breuer hebben teweeggebracht met hun ontwerpen van stoelen. (S.P.-spijtig: Weer Mart Stam niet genoemd)

Het opmerkelijke is dat vrijwel alle foto’s waarmee het artikel verluchtigd is, je doen denken aan structuren die spontaan voorkomen in de natuur, (een diashow ervan is te zien op iht.com/design). En ik moet denken aan het enthousiasme waarmee de Nederlandse architect/ontwerper H.H.Th.Wijdeveld het designvermogen van de natuur roemt in zijn speciaal aan kristallen en schelpen gewijde nummers van het tijdschrift Wendingen uit de jaren twintig. De destijds baanbrekende foto’s van de structuren van met name die schelpen , gemaakt met röntgentechniek, lijken op de OMI’s (of ik moet eigenlijk andersom redeneren: artificieel volgt natuur volgtijdelijk, toch?). En ik hoop toch stiekem dat de natuur het kunstmatige zal overtreffen: misschien in een grilligheidje? De kleine dissonant die de compositie zo onweerstaanbaar maakt?
Dit is een prelude voor mijn pleidooi voor de vormgeving van het imperfecte.

Meteen na de pannenlap weer een ander raadsel: volgt artificieel de natuur, of staat het begrip er precies tegenover? Is natuur het juiste oppositiebegrip of moet je het zoeken in begrippen als oorspronkelijk, authentiek, onvervalst, origineel, spontaan, wild? Zeker is dat er vandaag de dag een hoop maakbaar blijkt te zijn, tot en met artificiële intelligentie toe. En nou ja, precies, de vraag of iedere andere vorm van intelligentie dan niet artificieel is, vormt een breinbreker van nurture-nature die in de wereld van psychologen nog steeds niet is gekraakt.

Misschien is alles wel gemaakt. Wat maakbaar is moet in ieder geval vormgegeven worden. Typerend voor nu is dat met name de behoefte aan vormgeving zo groot is, dat de vorm zelf het artikel is, immers het effect in beleving sorteert. En die beperkt zich niet langer tot het zitvlak, dank u feestelijk. In aanmerking komt alles, ook wat ontastbaar lijkt. Ieder aanbod zal vooral geijkt worden op belevingsbelofte. Want beleving is niet alleen maakbaar en designbaar, maar heeft ook substantiële marktwaarde.

Dat is wat ik ook in mijn boek De Emotiemarkt signaleerde: het gaat op deze markt om beleving van vitaliteit, sensatie, de kick, veiligheid, jeugd, eeuwig leven, nieuw leven, de mythe, de rite, waarden, waarheid, leugen, zin, onzin, betekenis, kick, roem, altijd bereikbaar en eeuwig onmisbaar zijn.
Leken die begrippen tot nu toe een eigen leven met een eigen ontstaan te hebben: nu zijn ze als effect van producten en diensten maakbaar en dus mogelijk even artificieel als een 3-dimensionale pannenlap. Vaak niet van echt te onderscheiden. Zijn die borsten echt? We moeten soms knijpen, aanraken, onder de loep nemen: Echt voedsel? Echt hout? Echte amandelgeur? Echt strand? Echt linnen? Echte kristallen? Briljanten? Echte oogleden? Je echte vader? Is dat krantenbericht echt waar? Is Saddam Hoesein echt?
Navrant is dat je haast geen enkele waarneming op beleving kunt vertrouwen (“ze kneep in haar arm om te controleren of ze niet droomde”), behalve ellende en pijn.

En wat is verder echt? De natuur? Het ontwerpresultaat van de Grand Designer? Daar moet je dan in geloven. Als mensen dat concept hebben verzonnen, zijn ze zelf topdesigners, al was het maar van de mythe en de eeuwendurende reclamecampagne erna. Artificial religion een pleonasme? Wie er niet in gelooft ondersteunt de bewijsvoering vaak met argumenten over tekortkomingen in dat Grote Ontwerp. Kijk naar natuurrampen, kijk naar de aard van de mens, kijk naar ziektes, kijk vooral naar misbaksels.

En dat is nu precies zo razend interessant, want juist fouten en gebreken, wil ik aanvoeren, zijn de meest succesvolle troeven voor het claimen van een suggestie van authenticiteit en tevens voor het bewerkstelligen van de psychologisch effectieve, directe emotionele voltreffer.

De animatievormgevers hebben, misschien wel uitgerekend als reactie op de oude Disneyperfectie, een kunst gemaakt van het ontwerpen van het lelijk, de mismaakte. De Gremlins, de figuren in Lord of de Ring, ET, ook Inoche, zij zijn de succesvolle dragers van het gebrek, soms downright lelijk met rimpelige nekjes en oversizede waterhoofden, maar juist daardoor, wil ik beweren, bij uitstek knuffelbaar.

Marktwaarde in beleving: zo maak je een enorme merchandising mogelijk. Niet alleen professionele ontwerpers maar ook amateurs hebben het geheim van het defect begrepen, getuige de inzendingen voor “Me and my character”, een project waarin Platform21 mensen uitnodigden om hun ontworpen fantasiefiguur in te zenden. De knuffelbaarheids-factor wordt het meest beïnvloed door de uitstraling van afhankelijkheid (affectie) en die door hulpeloosheid. Niets ontroert meer dan imperfectie.

Deze knuffeltrend is opvallend hardnekkig. Nog steeds zie je sinds jaren nu niet alleen kinderen en pubers maar ook volwassen vrouwen en mannen rondlopen met aan tassen hangende beestjes en je hoeft je kennelijk niet te schamen als een of meer aanraakbare bij voorkeur wollige, zachte, imperfecte weergaven van mens en dier hun positie blijken te hebben veroverd op de meest intieme locaties van huis en haard, zijnde bed en bank.

Toch staat bovenstaande voorlopig wel in opvallend contrast met een andere trend tot make-over die kennelijk eveneens de mainstream bevangen heeft.
Mannen, vrouwen, kinderen, zijn in de ban geraakt van de mogelijkheden van artificiële jeugd en schoonheid. De veelal bloederige of anderszins ontstellende verrichtingen van de plastisch chirurg en stylist vormen prime-time televisie entertainment maar hun klandizie wordt er niet minder om. Iedereen moet perfect zijn en tot mijn persoonlijk leedwezen heeft de correcties aan ieder kindergebit nu zo’n hoogte bereikt dat er haast geen ongereguleerde gebitten meer bestaan.
De makers van de kinderserie The Incredibles moesten voor het bereiken van een levensecht effect van hun animatiefiguren hun toevlucht nemen tot de gebitten van oude mensen. Het resultaat is doorslaand succes: wat leven ze echt!

Mijn oprechte excuses: ik berijd hier een stokpaardje: ik ben een sucker voor het onregelmatige gebit. Ik kan niet ophouden met jammeren over de teloorgang van de lange scheve hoektand van de door mij zo bewonderde David Bowie, Ziggie Stardust. En ook nog twee kleuren ogen! Dat ik niet de enige ben die imperfectie vereenzelvigt met echt, blijkt uit een uitlating van de held van Vernon God Little van D.B.C.Pierre (D.B.C. staat voor Dirty But Clean, ook een reputatie is maakbaar). Hij ziet een meisje dat er van verre perfect mooi uitzien, neerstrijken op een barkruk naast hem. Ook dan is ze nog steeds mooi maar nadere inspectie doet hem wel een klein pukkeltje ontdekken onder haar perfecte make-up en als ze lacht ontwaart hij eveneens een crooked teeth. Juist die ontdekkingen doen hem smelten als een natte Kleenex (beeldspraak van D.B.C.) en hij verzucht met een spellingsfout: “She’s zo fucken real….”

De emotiemarkt ontwikkelt zich en heeft aan economische kracht niet ingeboet. Ik voorspelde destijds vijf markten: 1.de veiligheidsmarkt, 2.de romantiekmarkt, 3.de authenticiteitsmarkt, 4.de identiteitsmarkt en 5.de betekenismarkt. De identiteitsmarkt is de koptrend geworden. De behoefte is nu aan een unieke authentieke identiteit, op een professioneler niveau dan ooit, de nieuwe coproducent wil de eigen identiteit vormgeven en vermerken. Dat kan ,gelukkig voor de emotiemarkt, al met aankoopkeuzes en het uitdragen van waarden door waarneembare signalen (codes).

De consument is dus behalve coproducent ook selfmarketeer en -designer geworden. Dat betekent dat de professionele designers gedwongen worden tot een conceptueler niveau en ook tot het ontwerpen van niet affe (half-)producten en diensten. En omdat de identiteit ook sociale aanhechtingsbelevingswaarde moet hebben is de fout, het defect, het aanbrengen van het juiste accent op de juiste plaats, de belangrijkste markt-inkopper.

Terug naar archief