Wie is die gek die in zijn eentje praat?

Waarschijnlijk vindt verder iedereen het doodnormaal, maar ik kan soms toch met enige verbazing kijken naar mensen die aan het praten zijn, met geluid, soms goed verstaanbaar zelfs, tegen niemand...althans niet tegen iemand die wij kunnen waarnemen. Ze lopen achter de kinderwagen, ze zitten op de fiets, ze slenteren door de zuivelstraten in de super. Er gaan twee volgens trend geklede meisjes op het terras zitten. Zij bestellen champagne en zij praten. Alleen niet tegen elkaar. Ook het beeld van de autobestuurder die ik passeer en die in een volkomen lege wagen aan het gebaren is met lipbewegingen, kan mij mateloos bezighouden. Vroeger zou je zulke mensen inschatten op een psychische afwijking, variërend van zonderling tot knap in de war, schizofrenie? Nu zijn het, weet je, de wereldburgers van deze tijd.

Wat betekent de mobiele telefoon in het leven van mensen? De mobiele telefoon, zo belooft de verkoper van telefoontikken, is in staat je te verbinden met de wereld. Dat is ook zo. Je bent te bereiken en je kunt anderen vinden. Je kunt in principe bovendien ook aan al je benodigde informatie en kennis komen, savvy en streetwise worden, waar je je ook bevindt, welk diploma je ook mist. Je kunt met iedereen, ook mensen die je voorheen niet kende, contact maken en krijgen. Je bent in principe ook altijd vindbaar, door de geheime dienst, de adverteerder, of je vrienden.  Je bent een vleesgeworden telefoniestation, doelgroep, informatiebak, bemiddelingsstation, doorgeefluik, tussensatelliet, mobiel reis-en organisatiebureau, landmark, en advertentie uithangbord geworden.

En je kunt er je angst mee te lijf, dat je nooit wordt opgemerkt, dat je er voor niets bent geweest. Ïk ben niemand”. Je kunt je identiteit neerzetten, want alle brands voor mobiele telefonie hebben een eigen profiel, sommige zelfs het profiel van geen profiel. En het zegt ook wat als Harry Mens het niet de moeite waard vindt om een up to date toestel van Nokia te koesteren en er trots op te zijn. Bijna net zoveel als die slanke jongeman handig zijn vingers laat glijden langs de rand van zijn van de nieuwste aps voorziene Iphone. Je kunt, als je op het ding kunt internetten, je identiteit zelfs tot een betere vormgeven dan die je had, zelfs tot een nieuwe zodat je de oude achter je kunt laten als een hagedis zijn staart. Je kunt je zelfs wenden tot een verzonnen identiteit: je bent spannender dan je durft, en interessanter dan meestal blijkt. Of je transformeert je familie of kennissenkring tot de gewenste vorm en kletst er gewoon maar wat tegen aan en hebt contact met iemand anders die kletst.

De mobiele telefoon zorgt voor een paar interessante verschijnselen:
Je bent ergens en tegelijkertijd overal present. Althans: overal bereikbaar.
Je bent op je eigen onafhankelijkheid gesteld en tegelijkertijd sta je voor iedere inbreuk open. Dat word ook min of meer van je verwacht. Er zijn mensen die het minder sociaal acceptabel vinden dat je geen telefoon bij je hebt of onmiddellijk opneemt, dan dat zij het gedrag vinden waarbij jouw gesprekspartner midden in een gesprek aan zijn rinkelende telefoon de voorkeur geeft om aandacht aan te schenken.
Je bent in staat tijdsgrenzen te overbruggen. Je kunt contact met iemand onderhouden die in een ander werelddeel een ander tijdsdomein betreedt. Letterlijk en figuurlijk.
Je bent als wereldburger iemand die op zijn privacy is gesteld en die tegelijkertijd op willekeurige plaatsen tegen willekeurige passanten onthult. Je zou mensen de kost moeten geven die in een publieke of semipublieke ruimte, variërend van terras tot treincoupe, geheimen en intimiteiten prijsgeven die zij in een persoonlijke vriendschap angstvallig verborgen houden.
Het geheim, de waarheid, de wetmatigheid van fysieke aanwezigheid en de privacy zijn in een paradigma verschuiving geraakt.

Dat alles moet voor mensen toch iets betekenen. De mobiele telefoon is bijna een onmisbaar onderdeel van ons lichaam geworden. Een paar jaar geleden was het bon ton om aan een snoer om je nek een USB stick te hebben hangen. Toen bedacht ik al dat in dat stickie een deel van ons geheugen zit. Gewoon een stuk hersenen dus. Nu heb je er nog een wereldomvattend oor en oog bij. En zevenmijlslaarzen die vrij bibliotheken binnen mogen. Net als dat een deel van ons geheugen en kennis op de pc staat.
Nooit eerder heeft de mens zo’n uitrusting gekend. Zou de mobiele telefoon veel invloed hebben op de psyche van de mens? Je bent eigenlijk nooit meer alleen. Je bent bovendien niet alleen meer waar je bent, maar ook ergens anders. Daar waar de ander is. Je bent dus soms op twee plaatsen tegelijk. En misschien ben je ook wel twee iemanden tegelijk. Je voert een keiharde stropdassenonderhandeling terwijl je met je grote teen in een zwembad roert. Je hoort van de dokter de uitslag van het ziekenhuisonderzoek terwijl je op het label van een shampoofles in de supermarkt kijkt.
Of je deelt met de ander wat je meemaakt of waar je bent. Of, en dat komt ook veel voor, je liegt erover. Bijvoorbeeld over waar je bent, want tot dusver kun je aan de mobiele telefoon niet zien of iemand netjes achter zijn bureau zit of rondloopt op de stedentrip.  Dat is ook grappig: soms hoor je iemand liegen. De eerste keer dat ik dat meemaakte (om precies te zijn in het Sociliaanse stadje Taormina) wilde ik de mobiele telefoon uit de hand van de Italiaanse leugenaar (Cara, sono a Roma voor een congres) rukken om de waarheid naar zijn vrouw te schreeuwen: Hij liegt, hij bedreigt je, hij loopt hier hand in hand met een unnatural blonde.....
Omdat de telefoon meestal ook fotograferen kan, deel je je ervaringen ook met anderen. Dat maakt wel dat je de directe beleving van de waarneming zelf laat verstoren door die camera. Je staat met je geliefde bij de Victoria Watervallen. Je hebt moeite moeten doen om de grens over te komen. Je bent nu overweldigd door al dat water, maar nog niet zo, dat je niet zegt: Even lachen, Jaap, dan stuur ik die naar huis. Je slaat je ervaring als het ware op in je telefoon en deelt haar alvast mee aan anderen, terwijl je zelf als je thuiskomt het nog eens dunnetjes overdoet. Dat verklaart waarom de bezitter van een telefoon minstens even geïnteresseerd is in de plaatjes die hij met anderen deelt als die anderen, die er niet bij waren. Overigens wel een lief beeld vaak: iedereen gebogen over dat telefoonschermpje en commentaar gevend....

De mobiele telefoon stilt vele verlangens: tijdelijk verpozen, winkelen, werken, inspireren en ontmoeten op welke plaats dan ook, zij het virtueel. Maar ook, zoals ik in de International Herald Tribune las, is er dit:
In a civilization on the move, in which you and I cannot physically, psychologically and socially avoid the confrontation with your own species in varied settings and groups or cultures, (sit in a public place and try to avoid the secrets expressed by people on mobile phones, you can’t),  you have to decide. You cannot ignore the Icons either, either in real life or in an image, somewhere, magnified, glorified, perfectionalized. You can also almost never fly away from the excrusiating demands of civilised society. 
En dat gevoel van sociale gijzeling is ook een psychologisch effect. Ik kan me er aan ergeren, het hangt af van  mijn stemming. Soms kan ik ook genieten van die confetti uitingen. Ga ik me verhalen spinnen van die conversatieslierten. Ik ben kennelijk een sucker voor kliekjespraat, meningensnacks, slierten argumenten zonder kop of staart, maar met een zekere pit en herkenningskracht.
Ik besefte, toen ik door een krant geïnterviewd werd over de mogelijke oorzaak van het groeiende verschijnsel van twitters, dat we enorm houden van dat fragmentarisch babbelen. Al is het virtueel. Je kunt zonder samenhang uitspraken doen, maar je kunt ook zappend luisteren. Een trend die serieuzer en projectmatiger dan twitters werd ingezet door het opmarcherende legioen van Bloggers.
Er wordt al met al wat gemompeld in de blogosfeer. Soms is het leuk om daar virtueel wat in te banjeren en te grazen.

Er zijn mensen die zich niet meer compleet voelen als zij geen telefoon bij zich hebben. Sterker nog , zij raken volkomen in paniek en omdat dit verschijnsel redelijk massaal is: de angst om geen mobiele telefoon bij je te hebben, is er een naam gevonden voor deze afwijking. De keerzijde van het feit dat de mobiele telefoon zo'n groot deel van ons leven uitmaakt, is het ontstaan van een nieuw fenomeen: nomofobie. Nomofobie is de angst bij mensen om hun mobiele telefoon kwijt te raken, te verliezen, te vergeten, of vergeten op te laden. Wanneer men niet de beschikking kan hebben over het mobieltje, kan dit inderdaad  een onveilig en onrustig gevoel geven. Mensen worden angstig bij de gedachte dat ze niet bereikbaar zijn en anderen niet kunnen bereiken. Daarnaast is men bang om telefoontjes of berichtjes te missen. Dit gaat vaak zo ver dat men altijd en overal de telefoon opneemt, ook al zit men midden in een gesprek. Er is zelfs geconstateerd dat steeds vaker sollicitanten tijdens sollicitatiegesprekken hun mobieltje opnemen. Zelfs tijdens belangrijke momenten is de mobiele telefoon nog belangrijker geworden. Dieptepunt vormt het voorbeeld van een jongen die tijdens het vrijen de telefoon opnam om vervolgens verbonden te zijn met zijn ex! Natuurlijk ben je dan wel ver heen. Een onderzoek onder lezers van de krant Spits! Leverde op dat 55 procent van de Nederlanders bang is om zijn telefoon kwijt te raken. Ruim twintig procent heeft het toestel voor werk nodig, maar dertig procent zegt het persoonlijk een ramp te vinden om zonder toestel te zitten. "Het verbaast me niet dat die angst bestaat", antwoordde ik, toen ik voor een artikel hierover werd geïnterviewd als adviseur op het gebied van communicatie en emoties. "Vijfentwintig jaar geleden waren mensen bang om op vakantie te gaan. Stel dat er iets zou gebeuren en je bent niet thuis. Een van de redenen dat het mobieltje zo populair is, is omdat je er altijd 'bent'." Ook wil je anderen kunnen bereiken als er hulp nodig is, en fantasieën over noodsituaties zorgen ervoor dat mensen hoe dan ook niet graag zonder telefoon de deur uitgaan."
Er zijn natuurlijk ook omstandigheden waarin de mobiele telefoon je letterlijk kan redden. Op 2 oktober heeft een meisje op Sumatra haar eigen leven gered doordat zij kon bellen (en gevonden worden) liggend onder bergen puin. Je mobiel is dan je laatste redmiddel en zo voel je dat ook. Een levenslijntje. Dramatisch was het telefoontje vanuit de Twin Towers. Vrienden vertelden mij uit eerste hand hoe gasten van het Indiase hotel de Taj Mahal hun toevlucht zochten toen die werd bedreigd door een terroristische aanval. Zij doken onder een tafel. Ze zochten geen contact met elkaar maar gingen onmiddellijk naar huis bellen. Angst herinneren zij zich nu als een blauwe gloed op gezichten. Een reflectie van de schermlichtjes daar onder die tafel.

De mobiele telefoon biedt dus psychologisch houvast. Zij dient dus als een defensiewapen, een middel voor zekerheid, soms een sociaal schild.

Mensen gebruiken hun mobieltje bijvoorbeeld ook om te laten zien dat ze in feite niet alleen zijn. Dat komt van pas, als ze in bepaalde omstandigheden bang zijn voor vreemdelingen, bijvoorbeeld als ze vrezen dat er aanvallers, rovers, bedreigers op de loer kunnen liggen. Er zijn meisjes die het opzichtig communiceren met de mobiele telefoon gebruiken om zich veilig te wanen in de donkere nacht, die zij eenzaam benenmalend doorploegen, alleen in Amsterdam, op de fiets.
Je kunt hem ook ter hand nemen om te voorkomen dat een ongewenst persoon contact met je zoekt, dus om je een ontoegankelijke houding te geven. Of domweg als een excuus. Een jonge Vlaamse columnist bekent in zijn column in De Morgen dat hij zijn mobiele telefoon gebruikt om zonder in verlegenheid te geraken en ook zonder aalmoes te geven relaxed een bedelaar op straat te kunnen passeren. Je pakt je telefoon zodra je de bedelaar verderop ontwaart, je zet hem aan je oor, je raakt druk in gesprek, glimlacht al doende verontschuldigend naar de bedelaar en wijst op je telefoon om te demonstreren dat sommige dingen voorgaan. Aangezien deze manier van doen kennelijk al praktijk is, waarschuwt de columnist nog voor een gebleken valkuil: als je je telefoon niet afzet, kan zich het onverhoopt pijnlijke feit voordoen dat je tijdens je nepconversatie echt gebeld wordt. En dan sta je mooi voor schut tegenover de bedelaar. En tegenover jezelf, altijd belangrijker natuurlijk.

De consument gebruikt de mobiele telefoon dus voor doeleinden waaraan de producent nog niet eens had gedacht. Er zijn meer psychologische functies voor de mobiele telefoon. De mens heeft ook producten en diensten die misschien niet waren ontworpen als devices van moodmanagement daarvoor aangegrepen.
Zo is de mobiele telefoon een instrument in de behandelmethode voor je humeur. En dat facet speelt in op de trend dat de consument een doe- het- zelf moodmanager is geworden. Moodmanagement is het bewust hanteren of manipuleren van de stemming, het achtergrondgevoel door ingreep in de effecten op waarneming. Als doe het zelf moodmanager zoekt de consument ook creatief, naar middelen om zijn stemming optimaal te reguleren.
Ik beweer dit ook op grond van onderzoek, in commissie met bijvoorbeeld de psycholoog Robert E.Thayer. Al sinds midden jaren negentig tekent deze trend zich af. Maar met name in deze tijd, profileert zij zich als psychologisch, politiek, economisch en sociaal relevant mainstream verschijnsel. De mens is massaal en veelal wettelijk en maatschappelijk gelegitimeerd, een moodmanager. Als het ware zelfmedicerend. Cafeïne, seks, snoep, roken, video, gaming, drugs en medicijnen staan tot zijn beschikking.  Hij shopt bijvoorbeeld om in een andere, met name vrolijker stemming te kunnen komen.

Natuurlijk waren middelen hem al bekend. Roken hoort er natuurlijk ook bij. Dat kan zijn vanwege de werking van de nicotine, maar het is ook de handeling eromheen, die helpt. Bijvoorbeeld om onzekerheid kwijt te raken. Die kan je bijvoorbeeld besluipen als je een ruimte binnenkomt waar je denkelijk niemand of bijna niemand kent, maar bij de ingang waarvan iedereen je wel lijkt aan te staren. Vroeger haalde je een pakje sigaretten te voorschijn en het hele opsteekritueel hield je bezig en gaf je zekerheid en soms status en elegantie. Nu heeft de mobiele telefoon die functie.
De mobiele telefoon is bruikbaar zowel als (sociaal) schild als flirtgereedschap. Je haalt hem tevoorschijn op het moment dat je je onzeker voelt, bijvoorbeeld bij het betreden van een grote publieke ruimte. Na die spannende stap over de niet meer bestaande fysieke drempel, waar gedruis klinkt en blikken zich op jou richten terwijl je niemand kent. Bij het betreden van een grand café of als je naar een receptie gaat. Je geeft jezelf er een houding van zekerheid mee, zoals het pakje sigaretten vroeger ook van nut was. Je suggereert bovendien dat je die onbekenden niet noodzakelijk nodig hebt, dat je wel degelijk − zij het elders − een sociaal leven hebt. Je kunt er ook contact mee maken zoals vroeger met roken: heb je een vuurtje, wil je een sigaret, wordt nu: heb je Google? Of, meekijken naar foto’s.
Het is opmerkelijk hoeveel mensen aan het mobielen slaan in zo’n situatie.

Rust of activiteit kan hij zelf regelen, al doet hij het daarom nog niet noodzakelijk met wijsheid. Passief of actief: zijn keuze. Fysiek of gesimuleerd, alles kan. Dance. Viagra. Goed doel. Twitteren en sms-en.
Niet toevallig zijn juist in deze tijd woorden als murmelen, pruttelen, mompelen, babbelen, twitteren, droedelen, swaffelen in opkomst; ze horen in hetzelfde rijtje thuis. Voor wie het laatste begrip niet kent: swaffelen is het bewegen van de penis langs een object of persoon. Het schijnt een toenemend populaire bezigheid van mannen en jongens te zijn, die erkenning (niet noodzakelijk de mijne) krijgt in de Van Dale. De mobiel heeft, net als het rookritueel, nog een andere functie. De pijproker die met een lege pijp toch lekker bezig is bijvoorbeeld, recreatief, spanningsverlagend, kalmerend, mediterend bijna. Maar er zijn ook andere middelen even effectief en minder schadelijk voor de longen om die toestand te bereiken. Een daarvan is de kralen ketting van de Arabier. Hij/zij laat die kralen door zijn vingers glijden en beïnvloedt daarmee zijn stressniveau naar een grotere kalmte. Er zijn mensen die met datzelfde doel ‘droedelen’. Dat woord is uitgevonden om het doelloze, krabbelende tekenen te benoemen dat sommige mensen doen. Ze krabbelen figuurtjes op het papier, al telefonerend, al luisterend, vaak in herhaling van kleine geometrische vormen. Vraag is natuurlijk: is dit droedelen een teken dat die mensen zich vervelen? Dat kan, maar functioneel is droedelen zeker ook. Het zorgt ervoor dat iemands spanningsniveau iets lager komt te liggen, zodat hij zich beter kan concentreren of vrijer kan denken. Andere mensen gebruiken daarvoor wandelen of fietsen. Bovendien maken dit soort activiteiten lonende werkzame stoffen in de hersenen vrij.
Twitteren is dus ook een voorbeeld van dit soort moodmanagement. Deze dienst via internet, uit te voeren met de mobiele telefoon, biedt potentieel kalmerende werking van het gebabbel. Twitteren is ook een woord waarvan de gebruiksfrequentie binnen enkele maanden exponentieel is toegenomen. De indruk wordt zelfs gewekt dat je zonder twitteren geen moderne wereldburger kunt zijn. Politici zijn hierop geen uitzondering. Sommige mensen twitteren terwijl ze officieel aan een andere activiteit deelnemen, zoals aan een gesprek, of een vergadering. In de discussie die vervolgens over de oorbaarheid van twitteren tijdens vergaderingen wordt gevoerd, kan als argument pro worden aangevoerd dat mogelijk ook dit digitale gebabbel bevorderend werkt op het verkrijgen van het juiste spanningsniveau voor verder gefocuste medewerking. Twitteren werkt zowel stressverlagend als verveling bestrijdend. Deze internetdienst geeft gelegenheid tot de kalmerende werking van gebabbel. Deze bijstelling in de chemische huishouding gebeurde vroeger ‘analoog’, in gezelschap van anderen. Uit onderzoek blijkt dat mensen babbelen als eerste opzoeken als kalmerende moodmanagement activiteit, gevolgd door muziek luisteren.
Nu niemand daar meer tijd voor heeft, voorziet het digitale medium in de zeker niet afgenomen behoefte. De Vlaamse minister van volksgezondheid Vogel heeft eens onderzoek onder haar bevolking gepleegd over de mate van geluk. Een van de variabelen was de frequentie van informeel vrij contact met anderen (vrienden, familie) per week. Uitkomst was dat er mensen zijn die in een hele week niemand spreken zonder winstoogmerk. Dat drukt de stemming, het geluksgemiddelde van en land en het peil van de volksgezondheid. 
Mobiliteit, dat wil zeggen toegang tot vervoer, internet en moderne telefonietechnologie behoort inmiddels daarom misschien wel tot de basisbehoeften van een mens. De mobiele telefoon zou dus vanwege haar brede psychologische functie een politiek programmapunt kunnen zijn. Je wordt er op meer dan één manier meer mens van.

Begin december verschijnt bij Pearson Amsterdam het nieuwe boek Moodmanagement. Over de state of the art in de belevingsmarkt.